De stijl

Shaolin Kempo Hsinshih is een gevechtskunst die haar oorsprong vindt in de samensmelting
tussen Chinese boksstijlen en Indonesische Pencak Silat stijlen.
De Chinese aspecten zijn te herleiden tot het T’ai Chi Chuan Ching;
de Indonesische accenten vinden hun bron in het Setia Hati Pencak Silat.

De Stijl is vanuit het toenmalige Nederlands Indië naar Europa gebracht.
In haar huidige vorm wordt de stijl beoefend in Indonesië, Nederland en Duitsland.

In een gebied in China genaamd Honan staat de beroemde Shaolin-tempel waar monniken
ter harding van zichzelf aan allerhande gevechtskunsten deden waaronder het vuistvechten.
Deze tempel-monniken waren zeer bedreven in hun sport en werden dan ook vermaard in heel China.
Hun stijl werd bekend onder de benaming Shaolin Kung-Fu/Kempo,
hetgeen impliceert ‘geoefend zijn in het Shaolin’.

                  Het Shaolin Kempo Hsinshih onderscheidt vier niveau’s:

                • Het laagspel (afkomstig uit het Setia-Hati Pencak-Silat)
                • Het Shaolin-Kempo met:
                  • uke-waza (verdedigingstechnieken)
                  • tsuki-waza (stoottechnieken)
                  • chi-sao/phon-sao/sao-fot (handspel-technieken)
                  • geri-waza (beentechnieken)
                  • ashi-barai-waza (veegtechnieken)
                • Het middenspel, Yu-Ho (afkomstig uit judo en ju-jitsu) met:
                  • schouder, heup arm en beenworpen
                  • ukemi-waza (valbreken)
                  • arm, pols, verwurging, bevrijdingen (houdgrepen)
                • Wapen gevechten (in principe Bo-staf of kwon)

Binnen het Shaolin-Kempo-Hsinshih wordt getraind in disciplines.
Vanaf de 8e kyu t/m de 1e dan graad onderscheidt men:
De kumité’s (oplopend van 2-staps t/m 8-staps of meer)
De kata’s, bestaande uit sankaku’s, shintai’s en saifa’s

Na de 1e Dan (zwarte band) wordt men getraind in het Zen Shih Kotai.
Dit is kort uitgelegd samen te vatten met
‘door bezinning over de bewegingsmogelijkheden die de ander ter beschikking
heeft, anticiperen, en die ander daarom een stap voor kunnen blijven’.